Dit zijn de andere website van Boehringer Ingelheim

Wist je kat..?

Kattenweetjes

Hoe beter jij je kat kent, hoe beter je voor hem kunt zorgen. Kattenweetjes, zoals tips op het gebied van gezondheid, beweging, opvoeding, keuzes, gedrag en rassen helpen je om het leven voor je kat (en voor jou) nóg leuker te maken. Onderstaande kattenweetjes gaan hierover. Heb je reden om te vermoeden dat je kat ziek is? Neem dan altijd contact op met de dierenarts bij jou in de buurt voor een goede beoordeling.

 

Zomerweetjes

Reizen met je kat

  1. Wanneer je kunt kiezen tussen je kat meenemen op reis of hem thuislaten, dan kun je beter voor het laatste gaan. Je kat vindt het thuis veel fijner, ook al ben jij er zelf even niet. Hij is gehecht aan zijn omgeving en het kan veel stress opleveren als je hem hier tijdelijk weghaalt.
  2. Als je je kat meeneemt naar het buitenland, dan zijn er verschillende verplichtingen. Een chip is vereist, net als de rabiësinenting. Soms zijn er aanvullende inentingen of andere eisen, zoals bloedonderzoek of ontworming, noodzakelijk. In het Europese paspoort wordt genoteerd dat je kat de inenting of behandeling heeft gekregen. Dat heb je nodig om naar het buitenland te kunnen reizen. Ga je naar een plek buiten de Europese Unie? Neem dan ruim een half jaar van tevoren contact op met de dierenarts. Bekijk invoereisen per land
  3. Laat je kat op jonge leeftijd al wennen aan zijn reismandje, autorijden, andere vervoersmiddelen en vakantieadressen. Het karakter van je kat zal de doorslag geven of hij mee op reis kan. Vergeet niet een maand van tevoren een gezondheidscheck bij de dierenarts te laten doen voordat je op reis gaat binnen de Europese Unie. Voor verdere reizen kun je het beste zes maanden van tevoren, liever nog eerder, naar de dierenarts gaan.
  4. Zorg voor veilig vervoer van de kat. Ga je met de auto? Laat hem bij zonnig of warm weer niet alleen in de auto achter. Binnen enkele minuten wordt de auto zo heet als een oven. Neem altijd water mee zodat je kat onderweg niet uitdroogt.
  5. Met toestemming van de vliegtuigmaatschappij kun je met je kat vliegen. Bij sommige maatschappijen mag je de kat in een reismandje bij je houden op vluchten binnen Europa. In andere gevallen wordt je kat in zijn mandje in het vrachtruim geplaatst. Neem contact op met de vliegtuigmaatschappij waar jij mee vliegt voor meer informatie over de voorwaarden.
  6. Ben je met je kat aangekomen op de vakantiebestemming? Geef hem dan voldoende tijd om te wennen aan zijn nieuwe omgeving en blijf bij hem. Zijn eigen mandje, voerbakje, kattenbak en speeltjes helpen je kat om zich sneller op zijn gemak te voelen. Die geurtjes herkent hij namelijk.
  7. Wil je de kat naar buiten laten in een nieuwe omgeving? Dit kun je in principe beter niet doen, tenzij je hem in een afgeschermde omgeving kunt loslaten. Overweeg om een tuigje te gebruiken zodat hij niet weg kan lopen. Blijf wel bij je kat als je hem op deze manier naar buiten doet.

Kattenpensions en kattenoppas

  1. Als je ervoor kiest om je kat naar een kattenpension te brengen, ga dan eerst een keer kijken waar hij terechtkomt. Vraag ter plaatse om het DIBEVO-bewijs, zodat je zeker weet dat er sprake is van vakbekwaamheid. Het is doorgaans nodig om op tijd bij het kattenpension te reserveren omdat er anders geen plek meer is. Meer over kattenpensions
  2. In een kattenpension zijn de inentingen voor katten- en niesziekte verplicht. Deze entingen moet uiterlijk twee weken voor het verblijf gegeven worden. Sommige kattenpensions kunnen hiervan afwijken en strengere regels hanteren. Vraag tijdig na welke eisen het kattenpension stelt. Ook wordt er doorgaans om het entingsboekje gevraagd, dat bij de kat blijft tijdens zijn verblijf.
  3. Een kattenoppas kan natuurlijk ook. Als je je kat bij de kattenoppas brengt, neem dan zijn eigen verzorgingsspullen mee. Denk aan voer, voerbakje, mandje, kattenbak en speeltjes. Zo voelt je kat zich sneller op zijn gemak.
  4. Regel je een kattenoppas in huis? Laat dan duidelijke instructies achter. Bijvoorbeeld hoe laat en hoeveel voer je kat krijgt, hoelang hij doorgaans naar buiten gaat, hoe vaak zijn water moet worden ververst en dat zijn bak moet worden verschoond. Vergeet niet het telefoonnummer van de dierenarts en van jezelf achter te laten. En heel belangrijk: spreek met je kattenoppas af tot welk bedrag hij zelf mag besluiten dat je kat een behandeling moet krijgen, mocht er zich een noodgeval voordoen.

 

Tijdens warme dagen

  1. Katten kunnen over het algemeen goed tegen warmte. Ze houden er zelfs van! Tijdens echt hete dagen kun je hem helpen door niet met hem te spelen en hem rust te gunnen. Vermijd autoritten ook tijdens dit soort dagen en geef hem toegang tot de koelste plekken in huis. Sommige katten vinden het leuk om met ijsblokjes in hun water te spelen of zoeken graag de verkoeling op van een ventilator.
  2. Bij hitte kan een kat uitdrogen. Het is daarom belangrijk dat hij goed drinkt. Je kunt hem hierbij helpen door op verschillende plekken in en rondom het huis vers water aan te bieden in een kom die hij prettig vindt. Bekijk de tips
  3. Katten kunnen verbranden. Zeker witte katten of katten met een witte neus, witte oren en een wit hoofd. Aangezien je kat zijn eigen gang gaat, kun je niet zeker weten dat hij in de schaduw blijft. Bij een hele felle zon kun je je kat het beste binnenhouden of de neus, oren en het hoofd insmeren met een zonnebrandcrème speciaal voor katten. Daarmee voorkom je huidtumoren, zoals mensen die ook kunnen krijgen.
  4. Katten luieren graag in de zon. Het risico is wel dat ze een zonnesteek kunnen oplopen. Dit uit zich onder andere in hijgen, onrustig lopen, een hogere hartslag en donkerrood tandvlees. Je kunt een zonnesteek tegengaan door de vacht met je handen of een doek nat te maken en de pootjes af te laten koelen in een bak met koud water. Leg ook een koud kompres op de plek waar hij graag slaapt. De meeste katten gaan weg uit de zon als ze het te heet krijgen. Herken je toch oververhitting bij je kat? Bel dan de dierenarts, want dit kan dodelijk zijn.
  5. Behandel je kat ook in de zomer tegen parasieten. Vlooien, slakken, teken, zandvliegen en muggen kunnen andere ziektes overbrengen; in binnen- én buitenland. Slakken kunnen bijvoorbeeld longworm overdragen en muggen kunnen hartworm doorgeven. Zorg dat je kat regelmatig wordt ontwormd en ontvlooid. Ongeacht of je op reis gaat of thuisblijft. Vraag de dierenarts om advies, specifiek voor jouw kat.

 

  • Maak van het voermoment een (jacht)spelletje. Gebruik bijvoorbeeld een kattenvoerbal of een lege fles waar je droogvoer in stopt. Zo houd je je kat gezond en fit.

  • Een kat is na castratie minder actief. Weeg je kat dus regelmatig om overgewicht te voorkomen. Dat geldt ook voor de poes na sterilisatie.

  • Ontworm je kat regelmatig. Wormen kunnen je kat infecteren, wat kan leiden tot vervelende ziektes bij de kat zelf. Volwassen katten kunnen ook spoelwormen hebben zonder daar zelf last van te hebben, maar waardoor wel de omgeving besmet raakt. Deze spoelwormen kunnen met name bij kinderen problemen veroorzaken.

  • Kattennagels hoef je niet heel kort te knippen. Alleen de punt hoeft eraf. Beloon je kat na de knipbeurt en begin er niet aan als hij nerveus is.

  • Geef je kat voer van dierlijke oorsprong. In het vlees zitten de proteïnen die goed zijn voor je kat. Een kat heeft een ander stofwisselingsproces dan mensen en honden en hefet dierlijke eiwitten echt nodig. 

  • Katten hebben zorg en aandacht nodig. Speel daarom dagelijks met ze, zorg voor een jaarlijkse vaccinatie en gezondheidscontrole, regelmatige ontworming en vlooiencontrole en een goede vachtverzorging en voeding.

  • Katten houden van jagen, dus probeer ook zo met ze te spelen. Gebruik bijvoorbeeld een muizenspeeltje om dat instinct aan te boren.

  • Verwijder een teek zodra je die vindt bij je kat, want teken kunnen ziektes verspreiden. Gebruik een tekentang of pincet. Je kunt je kat ook behandelen met een middel dat de teken afdoodt. Het kan dan zijn dat een enkele teek zich nog vast bijt. Deze kun je ook het beste verwijderen, hoewel hij meestal al afgedood is. 

  • Goede voeding draagt bij aan een gezond gebit. Om een handje te helpen, kun je het kattengebit ook poetsen.

  • Gebruik een waterfontein als je kat meer moet drinken, bijvoorbeeld op advies van de dierenarts.

  • Laat kittens veel slapen. Dit hebben ze nodig, omdat dan het hormoon vrijkomt waardoor ze groeien.

  • Voed kittens goed en bewust op. Dit zorgt er later voor dat hij als jonge en volwassen kat goed om kan gaan met zijn omgeving.

  • Als je zelf een nestje krijgt, mogen kittens pas na zeven weken weggehaald worden bij hun moeder. Eerder is bij de wet verboden en erg slecht voor hun gezondheid.

  • Geur speelt een grote rol voor katten. Hier reageren zij op. Houd hier rekening mee als je een nieuwe kat introduceert of een baby krijgt.

  • Binnenkatten hebben andere behoeftes dan buitenkatten. Om verveling en frustratie bij binnenkatten te voorkomen, is het belangrijk hun jachtinstinct te stimuleren.

  • Laat een nieuwe kat altijd eerst aan zijn huis en de geuren wennen. Introduceer daarna pas de medebewoners en andere huisdieren.

  • Als je kat voor het eerst naar buiten gaat, ga dan mee. Begin met een verkenning in de tuin, voordat jullie verder in de omgeving oriënteren. Zo verdwaalt hij niet en kan hij naar je teruglopen.

  • Stimuleer het jachtinstinct van de kat. Leer hem om te spelen met propjes papier en kattenspeelgoed. Speel nooit op zo’n manier dat de kat reageert op bewegende handen en voeten. Want dan loop je het risico dat hij die ook aanvalt als dit niet gewenst is.

  • Zet de kattenbak, kattenmand en voederbak nooit naast elkaar. Katten eten en slapen niet waar ze hun behoefte doen.

  • Bouw een kattenboom. Zo heeft je kat mooi uitzicht en een fijne krabpaal. En je meubels worden niet gebruikt om de nagels te scherpen.

  • Katten hechten zich aan hun baasje, aan hun huis en aan het ritme van hun dagelijks leven. Als hierin iets verandert, dan kan dit een impact op het gedrag van je kat hebben.

  • Katten vinden klimmen en verstoppen erg leuk. Gebruik lege dozen om dit gedrag te stimuleren.

  • Als je kat zijn buik naar je toedraait, betekent dit niet per se dat hij hier geaaid wil worden. Voor sommige katten is het juist het signaal dat ze in de aanval willen gaan. Liggend op hun rug kunnen ze immers alle klauwen gebruiken.

  • Als je kat in huis sproeit, dan wil hij waarschijnlijk zijn territorium afbakenen of zijn geur achterlaten voor een partner. Is je kat gecastreerd? Dan ervaart hij mogelijk stress.

  • Ieder kattenras heeft kenmerken die gemiddeld genomen voor alle katten van dat ras gelden. Op basis hiervan kun je de kat kiezen die het beste bij jou past

  • Het gedrag van je kat kan veranderen wanneer hij pijn ervaart. Was hij eerder heel actief en nu niet meer? Is hij minder speels of agressiever? Merk je dat hij minder lekker in zijn vel zit? Dan kan hij pijn hebben. Als je een van deze signalen herkent, kun je hem hier zo snel mogelijk van verlichten.

    Herken de signalen


Anderen bekeken ook

Kattenrassen

Populaire kattenrassen Het aantal kattenrassen lijkt oneindig: meer dan vijftig van deze ra...

Lees meer

Kattengedrag

Vormen van kattengedrag Geen een kat is hetzelfde. Iedere kat heeft typisch kattengedrag, d...

Lees meer